Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

 

BESCHRIJVING:


De haven van Oostende is een kunstmatige haven, ontstaan uit een aantal economische en krijgskundige factoren. De geschiedenis ervan bestaat uit opeenvolgende uitbreidingen van het havengebied en de bijhorende modernisering van de infrastructuur. De haven wordt bereikt door de Grote en de Kleine Rede, resp. ten noorden en ten zuiden van de Stroombank, te dwarsen. De eigenlijke toegangsweg of havengeul is begrensd door twee staketsels die licht divergerend in zee dringen, noordwestelijk georiënteerd. Naar aanleiding van het doorsteken van de duinen in het derde kwart van de 15de eeuw heeft het havengebied zich ontwikkeld ten oosten van de stad, grotendeels op oorspronkelijk grondgebied van Bredene, met uitzondering van de Mercatorjachthaven ten zuiden.

Na geleidelijke inpoldering van het overstromingsgebied (vanaf 1605) ontstaan van de z.g. "Historische Polders van Oostende", tot het eerste kwart van de 19de eeuw gebruikt als spoelpolders voor de haven. 
De haven is deels eigendom van de Staat, deels van de Stad Oostende. In 2000 bedraagt de totale oppervlakte van het havengebied ca. 475 ha. Het gemiddeld laagwater is TAW + 0,39 m, het gemiddeld hoogwater is TAW + 4,28 m, wat de aanleg verklaart van een sluizen- en dokkencomplex. De totale wateroppervlakte bedraagt ca. 115 ha; de totale oeverlengte ca. 11.000 m. Het industriegebied heeft een oppervlakte van ca. 300 ha. Nijverheden die in de haven zijn gevestigd zijn o.m. havengebonden industrie (stouwerijen, overslagbedrijven), transportbedrijven, scheikundige nijverheid, visserijgebonden bedrijfjes en de zeemacht.

De belangrijkste doorgangswegen doorheen de haven zijn de Slijkensesteenweg en de Dokter Eduard Moreauxlaan, deel van de Koninklijke Baan aangelegd in het eerste kwart van de 20ste eeuw; l.g. als grens tussen het havengebied ten noorden en de OPEX-wijk ten zuiden. Parallel aan de westzijde van de haven de spoorlijn Oostende-Brugge eindigend in het kopstation "Oostende-Kaai" (cf. Natiënkaai).


De haven van Oostende bestaat uit een getijhaven, waar de zee vrij binnenstroomt, en een dokhaven, die afgesloten wordt door sluizen. De getijhaven omvat de Voorhaven met de London-Istambulkaai, de aanlegkaaien der pakketboten, de Diepwaterkaai, het Montgomerydok en het Tijdok van de vissershaven. De dokhaven is samengesteld uit de Stadshandelshaven (Vlot-, Hout-, Zwaai- en Verbindingsdok), de Vissershaven (Visserijdok), de Staatshaven (Zeewezendok) en de Jachthaven (Mercatordokken en Montgomerydok).
Functioneel kan de haven ingedeeld worden in vier grote complexen. De Handelshaven, gunstig gelegen door snelle verbinding met Groot-Brittannië en de Noord-Franse havens; via spoorwegverbinding en autosnelweg ontsluiting naar de rest van West-Europa. Bestaat uit de Diepwaterkaai in de Voorhaven, de Nieuwe Handelsdokken (Vlot- en Houtdok, Zwaaikom) en het kanaal Oostende-Brugge tot aan de Plassendalebrug.

Ten zuidoosten van de haven bevindt zich een grote Spuikom. Van groot belang is het spoorwegvormingstation en de aanwezigheid van scheepsbouw- en herstellingswerven. 
In de Staatshaven vestiging van de basissen van de Belgische zeemacht en de kustdiensten van het Zeewezen (o.m. loods-, sleep-, en bebakeningsdienst, pakketboten). Bevat o.m. Zeewezendok met droogdok en torendraaikranen, de London-Istambulkaai langs de westoever van de Voorhaven ten behoeve van de car-ferrydienst. 
De Vissershaven bevindt zich aan de oostkant van de havengeul en bestaat vnl. uit een toegangsgeul, een sluis, een Visserij(vlot)dok met scheepswerven, een Tijdok met kuisbank voor kleine vaartuigen, twee slipways en een Vismijn; voorheen ook nog aanwezigheid van een spoorlijn en een verzendingsstation. Aan de oostelijke kaaimuur centrale industriële as (Hendrik Baelskaai) met zeegebonden nijverheden. 
Tot de Jachthaven behoren enerzijds de Mercatordokken (oude handelsdokken) ten zuiden van de Vindictivelaan, toegankelijk vanuit de havengeul via een zeesluis; anderzijds het Montgomerydok.


CHRONOLOGISCH OVERZICHT VAN DE HAVENONTWIKKELING


In de 15de eeuw ontstaan en vroegste ontwikkeling van de haven van Oostende.

1445-1446: graven en aanleg van de eerste Oostendse haven in het westelijke stadsdeel met havengeul ten noordwesten van de stad. Havenkom parallel met de zeedijk van west naar oost, scheidt de oude en nieuwe stad.

1517: bouw van spuikom en spuisluis ten westen van de stad om verzanding van havenkom en -geul tegen te gaan.

1572: bezetting van Oostende door de Geuzen; constructie van gebastioneerde ringmuur rond de stad.

1584: ter verdediging wordt een strook duinen geslecht aan de oostzijde om kunstmatige inundatie te verwekken. Door getijwerking vorming van diepe en brede inham op grondgebied van Bredene, de z.g. "Geule"; deze splitst zich af in meerdere kreekarmen die diep in het binnenland dringen.

Vanaf het eerste kwart van de 17de eeuw ontwikkeling van de haven op westelijk en zuidelijk grondgebied van Bredene, telkens geannexeerd bij Oostende cf. opeenvolgende uitbreidingen van de haven.

1601-1604: Beleg van Oostende. De nieuwe oostgeul wordt gebruikt als haventoegang en verbonden met westelijke stadsgracht. Later bijkomende ingangsgeul in het midden van de zeedijk voor verbinding met oude havenkom.

1608: dempen van de oude westelijke havengeul; het noordelijke stadsdeel wordt aan de zee prijsgegeven en de binnenhaven wordt opgenomen in de vestinggracht.

1613-1623: graven van kanaal Oostende-Brugge met zeesluis te Plassendaele.

1615: heropbouw van de stad, opwerpen van nieuwe vestingen en inrichten van een nieuwe havenkom (latere Visserskreek) met rechtstreekse toegang vanuit de havengeul.

1664: uitdiepen en verbreden van het kanaal Oostende-Brugge.

1669-1676: bouw van nieuwe zeesluizen te Slijkens (Bredene-Sas) op het kanaal; slopen van zeesluis te Plassendaele.

In het tweede kwart van de 18de eeuw uitbouw tot handelshaven ten zuiden van de binnenstad, o.m. na oprichting van de Oost-Indische Compagnie (1722).

1741-1744: indijking van de Sint-Catharinakreek ten zuiden van de stad met afdamming Lantsweertdijk en Poldersluis; bouw van afwateringssluis.

1752: instorten van de sluizen te Slijkens.

1754-1758: aanleg van nieuw, huidig sluizencomplex.

1771: optrekken van eerste vuurtoren naar ontwerp van architect L.B. Dewez aan de westkant van de haven op het vooruitspringend deel van de stadsvesting (cf. Zeeheldenplein). 1774-1776: bouw van eerste handelsdok met sluis in de bedding van de Sint-Catharinakreek; behoud van een watergang voor afwatering van de polder, later z.g. "Amerikaanse kreek". 1781-1783: onder keizer Jozef II wordt Oostende tot vrijhaven uitgeroepen. Graven van tweede en derde handelsdok ten westen van het eerste en ermee verbonden door een draaibrug. Start van het slechten van de zuidelijke vestingen voor de zuidelijke stadsuitbreiding (cf. Oostende-Hazegras).
In het begin van de 19de eeuw, ten tijde van Franse bezetting, verval van de handelshaven en verzanding van de havengeul.

1808-1810: aanleg van de spuikom in de bedding van de afgesloten Gouwelozekreek en bouw van een spuisluis z.g. "Franse sluis".

1810-1814: in opdracht van Napoleon bouw van z.g. *Fort Napoleon (cf. Vuurtorenweg), voorheen z.g. "Fort Impérial", in de duinen ten oosten van de havengeul; is oudste bouwkundige getuige en referentiepunt in de Oostendse haven.

1817-1820: bouw van meer zuidwaartse vestinggordel. Versterken van de kaaien en verdiepen van de handelsdokken met nieuwe schutsluis. Deels afsluiten van de Amerikaanse kreek. Bouw van verbindingskanaal tussen handelsdokken en kanaal Oostende-Brugge en de Kamerlinckvaart. Nieuwe spuikom en -sluis z.g. "Militaire sluis" in de bedding van het kanaal Oostende-Brugge; een achterhaven op het kanaal vervolledigt de oude kommen.

Vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw uitbouw van de Oostendse haven als visserhaven en transithaven voor passagiers en toeristen.

1832: F. Musin ontwikkelt oesterteelt ten oosten van de havengeul.

1834-1837: oostwaarts opschuiven van Westerhoofd voor het vernauwen van de havengeul om een grotere geuldiepte te verkrijgen; nieuw Westerstaketsel tevens gebruikt als wandelhoofd.

1838: inwijding van de spoorweg Oostende-Brugge.

1839: verplaatsen van vuurbaken aan oostzijde van de havengeul.

1840-1844: bouw van het eerste station "intra muros" op zuidelijke wal van het tweede handelsdok (cf. Ernest Feysplein). Inrichten van een stoombootdienst, z.g. Oostende-Doverlijn. 1845: start van de Staatspakketbotendienst met aanlegplaats aan de voormalige Stoombotenkaai of Vuurschipkaai (cf. Visserskaai); daar optrekken van het eerste Loodswezengebouw. Aanleg van een Creosoteerwerf in het oostelijke havengebied.

1846-1848: verhuis van het oesterpark van F. Musin naar de westzijde van de geul, waar hij aan de Kanonnendijk restaurant "Pavillon Musin" inricht.

1857-1862: bouw van derde spuikom en -sluis z.g. "Leopoldsluis" ten oosten van de havengeul. 1860: bouw van tweede vuurtoren op oostoever (cf. Vuurtorenweg).

1865-1872: ontmanteling van de Oostendse vesten.

1866-1871: dempen van Amerikaanse kreek. Aanleg van Pakketbotenkaai ten oosten van de handelsdokken en bouw van eerste Zeestation voor de Oostende-Doverlijn; draaibare spoorwegbrug over de toegang tot het verbindingskanaal. Aanleg goederenspoor voor nieuwe stapelhuizen op de zuidoever van het eerste handelsdok. Dempen van zuidelijk deel van de oude open havenkom (Visserskreek).

In 1869 wijst de Staat het noordelijk deel van het kroonwerk op de oostoever toe aan het Bestuur van het Zeewezen voor het inrichten van werven en werkhuizen. Bouw van zuidelijk deel van een nieuw tijdok (strandingsdok) voor de visserij (huidig Montgomerydok) langs de Visserskaai. Voorlopig behoud van de oesterputten cf. toeristisch belang.

1869-1873: voorstel en ontwerp voor verbeteringswerken in deel van de voorhaven, o.m. verbreding van de havengeul door afbraak Oosterstaketsel en heropbouw erna meer oostwaarts (1871).

1875-1876: aanleg van toegangsgeul tot en bouw van het Zeewezendok met o.m. droogdok, sluis, kraan, kantoor, magazijn en koperslagerij (cf. Tijdokkaai).

1877-1879: bouw van de Vismijn, z.g. "de Cirk" naar ontwerp van de Gentse architect C. Van Rysselberghe, ten zuidwesten van het huidig Montgomerydok.

1883-1887: noordwaartse uitbreiding van dit dok na afbraak van de oesterput met bijhorende gebouwen. Verbreding van de havengeul door westwaarts verplaatsen en verlengen van de staketsels; nieuwe lage havendam. Uitbouw van nieuw Westerstaketsel als brede wandelpier, uitlopend op een breed terras (cf. Montgomerykaai); smal Oosterstaketsel wordt voorzien van iets bredere kop. Nieuwe kielbank voor visserij in noordwestelijke hoek van de Leopoldspuikom.

1886: aanleg buurtspoorweg Oostende-Blankenberge via Bredene-Sas.

1888-1889: uitbreidings- en verbeteringswerken van de haven, o.m. zuidelijke toegang tot zeestation, hertracering van afleidingvaart; doortrekken van ontschepingkaai in de richting van de Franse sluis waardoor westoever van de voorhaven een stuk oostwaarts verplaatst wordt. Opnieuw afbraak en verplaatsen van Westerstaketsel ter verbreding van havengeul.
Laatste kwart van de 19de eeuw - eerste kwart 20ste eeuw : evolutie naar huidig uitzicht van de Oostendse haven.

1894: overeenkomst tussen de Belgische Staat en de Stad Oostende voor ingrijpende herinrichting- en uitbreidingwerken (1898-1914) van de haven onder leiding van ingenieur P. De Mey. 1898: Eerste steenlegging door koning Leopold II. Werken ten laste van de Staat o.m. dempen van de Franse spuikom, slopen van de Franse en Militaire sluis. De Voorhaven wordt zuidoost-waarts naar Sas Slijkens toe uitgebreid; langs westkaai bouw van de Diepwaterkaai. Ten zuiden ervan, graven van de huidige grote Spuikom (cf. Vicognedijk) met spuisluizencomplex. Uitbreiding van het Zeewezendok en bouw van een droogdok; verlengen van de Pakketbotenkaai. Aanleg van rechtstreeks spoor naar zeestation, met o.m. voorlopig houten stationsgebouw "Oostende-Kaai" op oostoever van Brandarisdok (1907). Ten laste van de Stad constructie van zeesluis z.g. "Demeysluis" met draaibrug (cf. Oostkaai), graven en bouwen van Vlotdok, Houtdok, Zwaaidok en Doksluis aansluitend op kanaal Oostende-Brugge (cf. Houtkaai en Oostkaai). Aanleg van de Graaf de Smet de Naeyerlaan en -bruggen. Bouw van *Douanegebouw (cf. Oostkaai) en stapelhuizen, o.m. *Koninklijk Stapelhuis (cf. Westkaai-Vlotdok); tevens van onderhoudswerkplaats van de "Compagnie Internationale des Wagons-Lits". Aanleg van netwerk van havensporen en rangeerbundels. 1905: ofschoon werken nog in uitvoering plechtige inwijding van de haven in aanwezigheid van koning Leopold II.

1905-1906: bouw van clubhuis *R.Y.C.O (Dokter Eduard Moreauxlaan).

1907-1913: nieuw spoorwegstation *"Oostende-Kaai" aan de Natiënkaai naar ontwerp van de Gentse architecten Otten en Seulen, met zeestation en administratieve kantoren van het Zeewezen.

1908-1909: verhuis van *Creosoteerwerf langs kanaal Oostende-Brugge (cf. Zandvoorde).

1909-1910: optrekken van Gebouw van de Havendirectie (cf. Oostkaai) en dienstwoningen voor de sluismeesters (Westkaai).

1912: conventie tussen de Stad en de Staat om op de oostoever van de havengeul een nieuwe vissershaven in te richten.

1912-1913: bouw van "De Bolle" naar ontwerp van architect A. Daniels (Oostende) voor de Engelse maatschappij "General Steam Navigation Company", z.g. cf. grote geelkoperen wereldbol (symbool) op het gebouw; na diverse functies in 1963 tehuis voor jonge vissers. Optrekken van voormalige brandweerkazerne en politiekantoor z.g. "op De Bolle" naar ontwerp van architect G. Vandamme (Oostende); beide nu gesloopt.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de haven beperkt gebruikt als oorlogsbasis. Uitbouw van batterij "Eylau" op de plaats van de *batterij "De Halve Maan". Door de Duitsers verlenging van het Zeewezendok in zuidelijke richting; uitbreiding van de werkhuizen en bouw van twee droogdokken voor duikboten. Havengeul volledig afgesloten door het tot zinken brengen van o.m. de "Vindictive", een oude kruiser. Vernieling van diverse haveninstallaties o.m. de Demeysluis; zware beschadiging van het zeestation.

1918-1922: opruiming en herstel.
In 1922-1934 ontwikkeling en bouw van de nieuwe vissershaven op de oostoever. Aanleg met o.m. vlot- of Visserijdok (cf. Havengeulkaai), zeesluis, kuisbank, scheepswerven, *slipways (cf. Buskruitstraat), Tijdok (cf. Tijdokkaai), goederenstation en industrieterreinen; bouw van nieuwe Vismijn in 1932 en bestuursgebouw. Hiervoor onteigening van de oude z.g. Vuurtorenwijk (cf. Oostende-Opex). Functionele inplanting van zeegebonden bedrijven, met Hendrik Baelskaai als centrale as; aanleg van straten in dambordpatroon ten westen van de Dokter Eduard Moreauxlaan. Tevens dempen van de Leopoldspuikom (1920-1922) en opvullen van het tweede handelsdok. Inrichten van de jachthaven op plaats van de oude vismijn en visserskreek, via geul en sluis verbonden met het eerste handelsdok, dat eveneens wordt ingericht als jachtkom.

1924-1936: uitbreiding en modernisering van het Zeewezendok.

1926: inrichten van een tramhalte aan station Oostende-Kaai.

1930: bouw van de *Staatsmarineschool (cf. Slijkensesteenweg).

1930-1932: bouw van een watertoren aan de Dokter Eduard Moreauxlaan (cf. Oostende-Opex).

1932-1936: centralisatie van het treinverkeer en de spoordiensten in één station, met name "Oostende-Kaai"; ontruimen van het station "Oostende-Stad" (cf. Oostende-Hazegras). Bouw van locomotievendepot en herstellingswerkplaats op zuidelijke oever van het eerste handelsdok; nieuw goederenstation ten zuiden van het Zwaaidok. Dempen van het Brandarisdok en verbindingskanaal (1936) voor aanleg van rangeerstation "Oostende-zeehaven". Hertraceren kustlijnen van buurtspoorwegen om halte dichter bij Oostende-Kaai te brengen (tegenover het z.g. "Waterhuis", cf. Oostende, Vindictivelaan). 1936-1938: slopen van de oude vismijn. Uitbreiding van de vissershaven, o.m. verlenging van het Visserijdok en nieuwe schutsluis. Start van de autoveerdienst Oostende-Dover; oprichten van het Controlegebouw der Car-ferry; eerste car-ferryboot de z.g. "London-Istanbul". Deels aanleg van de London-Istambulkaai en van een nieuw spoortracé naar Torhout aansluitend op het station Oostende-Kaai.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog omvorming van haven van Oostende als onderdeel van de Atlantikwall, z.g. "Panzerstützpunkt Ostende Hafen", begrensd door havengeul en voorhaven (ten westen), de zee (ten noorden), de spuikom (ten zuiden) en een antitankmuur en -gracht (ten oosten). Verdediging van het zeefront, het strand, de toegang tot de havengeul en de voorhaven door groepering van steunpuntverdedigingswerken, z.g. "Stützpunktgruppe". Tot 1943 ook aanwezigheid van luchtdoelbatterij (FLAK = Flugzeug Abwehr Kanone) naast en achter het Fort Napoleon.
Verschillende militaire domeinen worden gerealiseerd, o.m. *Halvemaan en *Batterij Hundius (cf. Vuurtorenweg), id est duingebieden met loopgraven, bouwwerken en bunkers (o.m. mortierbunker R 633 en transformatorbunker). Alle spoordiensten opnieuw geconcentreerd in het station "Oostende-Stad", "Oostende-kaai" wordt gesloten voor burgerlijk verkeer.

1945-1948: herstel en waar nodig wederopbouw van de haveninfrastructuur.

1946: station "Oostende-kaai" wordt vrijgegeven voor burgerlijk verkeer; afwerking van nieuw tracé naar Torhout. Dempen van het derde handelsdok.

1947: bouw van nieuwe (huidige) *vuurtoren en scheepswerven aan Visserijdok (cf. Vuurtorenweg).

1948-1950: verdere bouw van de London-Istambulkaai; bouw van de Voorhavenbrug

1949-1951: bouw van de Stedelijke Vismijn (cf. Sprotplein) en nieuw overdekt goederenstadion.

1954: nieuw tramstation aan Brandariskaai. Het station Oostende-Kaai wordt verbonden met de autosnelweg. 1956-1958: optrekken van Zeewezengebouw (cf. Natiënkaai) en inschepinghal voor pakketboten.

1969: nieuw dienstgebouw van de buurtspoorweg (Brandariskaai).

1971-1976: bouw van nieuwe slipway (1972). Uitbreiding en aanleg van het stationsplein door dempen van Visserskreek en oude sluizen van de handelsdokken (Vindictivelaan). Behoud van de handelsdokken en bouw van de Mercatorsluizen waardoor de Mercatorjachthaven (cf. Vindictivelaan) ontstaat. Rechtstreekse verbinding Car-ferrykaai-Pakketbotenkaai; invoering van dagelijkse ferryverbinding tussen Oostende-Dover. Oprichten van het Rijksstation voor Zeevisserij en het Instituut voor Zeewetenschappelijk Onderzoek (IZWO) (Ankerstraat).

Ca. 1975: aanleg van het Vuurtorendok; oprichten van nieuw betonnen Oosterstaketsel. De kanaalzone tussen Sas Slijkens en het complex Plassendale krijgt bestemming van achterhavengebied.
Modernisering en renovatie van de haven in het laatste kwart van de 20ste eeuw.

Vanaf 1980: omvorming van de Diepwaterkaai; slechts een deel van de havensporen wordt behouden cf. steeds minder bruikbaar na omvorming tot "Ro Ro"-terminal en terminal voor jetfoildienst. 1988: laatste "vistrein" na verbreken van spoorverbinding met Hendrik Baelskaai, cf. overschakeling op baantransport.

1989: nieuw tram- en busstation van de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn" (Brandariskaai).

Vanaf 1990 aanpassing van de Voorhaven voor grotere schepen, o.m. verbreden en uitdiepen van de havengeul, wegbaggeren van oostelijke landhoofd, versteviging van de kaaimuren, vernieuwen van brug over de Demeysluis. Verdere aanpassingswerken o.m. aan het Zeewezendok en de Cockerillkaai, bouw van Cruisekaai. Bouw van nieuwe z.g. Vistrap, een overdekte vismarkt, aan de oostzijde van de Visserskaai op de plaats van de vroegere garnaalmijn (1936).

1994: opheffen van de Oostende-Doverlijn, cf. Ramsgate als nieuwe partner van de Regie voor Maritiem Transport, z.g. "Ostende-Lines".

1998: bouw van nieuwe kaaimuur ter hoogte van het Zeestation.

1998-2002: start van de realisatie van de verbinding "Kennedy-De Bolle" onder leiding van aannemer CEI Construct, d.i. tussen de z.g. Kennedy-rotonde (President Kennedyplein) en het kruispunt z.g. "De Bolle" (Dokter Eduard Moreauxlaan) ter voltooiing van de ring R 31 rond de stad; hiervoor o.m. slopen van "De Bolle" en de oude brandweerkazerne met politiekantoor.

 

 

Bronnen:

GEVAERT F., Anderhalve eeuw spoor en stations te Oostende, in De Plate, 1990, p. 174-221.
GEVAERT F., De Duitse verdedigingswerken in en om de haven van Oostende tijdens W.O. II, deel 1, in De Plate, 2000, p. 11-16, 62-71.
GEVAERT F. (Red.), Historisch-geografisch repertorium van Bredene. 22. Geschiedkundige kalender van de haven van Oostende, in Bredeniana. Jubileumboek 900 jaar Bredene, Bredene, 1988, p. 51-58.
GEVAERT F., Van kreekmonding tot verkeerscentrum, in De Plate, 1991, p. 325-332.
LAURENT R., De havens aan de kust en aan het Zwin (doorheen oude plannen en luchtfoto's), Brussel, 1986, p. 43-72.
VAN ALDERWEIRELDT E., Ken uw stad. "De Bolle", in De Plate, 1988, p. 138-140.
VANCRAEYNEST R., De installaties van het zeewezen te Oostende vanaf het ontstaan tot omstreeks 1930, deel 1-2-3, in De Plate, 2000, p. 77-87, 91-106, 160-170.
VANCRAEYNEST R., Toen de Oostendse handelsdokken werden ingewijd op 13 augustus 1783, in De Plate, 1993, p. 201-204.
VALCKE L., Honderd jaar geleden. De uitbreiding van de Oostendse haven: eerstesteenlegging door Koning Leopold II, in De Plate, 1998, p. 71-74.
VANNESTE O., THEYS J. e.a., Het arrondissement Oostende. Een regionaal-ekonomische studie, West-Vlaams Ekonomisch Studiebureau, Brugge, 1962.
Bron: Callaert G., Delepiere A.-M., Hooft E., Kerrinckx H. & Vanneste P. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende, Deel IA: Stad Oostende, Straten A-M, Deel IB: Stad Oostende, Straten N-Z en wijken Haven, Hazegras, Opex, Deel II: Deelgemeenten Mariakerke, Raversijde, Stene en Zandvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL6, (onuitgegeven werkdocumenten).