De vuurtoren(s) van Oostende

 

Aanvankelijk moesten de zeevaarders, wilden zij een haven aandoen, langs de kusten varen. Hier en daar brandde dan , op de stranden, een houtvuur die dan, nog wat later vervangen werden door olielampen, hangend aan een mast die op een duintop werd geplaatst. Deze lampen werden, door de zeelui, “vierboeten” genoemd.

Het was  in de 14e eeuw dat de toenmalige graaf Lodewijk van Male, ziende dat de scheepvaart  groter werd ,  beloofde de vuurbakens aan de Vlaamse kust te verbeteren ten behoeve van de zeevaarders. De eerste vuurbakens in Oostende werden omstreeks 1367 vermeld in de stadsrekeningen en waren in feite houten bouwwerken die zich op de duinen en op de staketsels bevonden om aldus de weg aan te tonen naar veilige lig- en losplaatsen.

 

De eerste vuurtoren.

 

Gezien deze signalisatie niet tenvolle voldeed werd, in 1771, besloten een stenen vuurtoren te bouwen aan de westkant van de haven, op de plaats waar momenteel het zeelieden monument staat. Deze eerste vuurtoren kreeg zeer snel de naam “ de Vlaggestok” mee, omdat er steeds een vlag wapperde boven het gebouw. Het signaalvuur werd eerst gestookt met steenkool en werd de eerste maal ontstoken in de nacht van 15 oktober 1772.

Het gebouw zelf leek een stenen  pilaar met bovenop een soort vergaarbak, waar de vuren in kwamen, vuren die werden gestookt met steenkool om aldus een veel sterker en bestendiger licht te verkrijgen. Deze soort verlichting gaf evenwel niet de vereiste uitslag en voldoening zodat op 17 september 1776 overgegaan werd op het gebruik olie, nadat ook de spiegellantaars , door de inwerking van de zeelucht , niet meer voldeden en er overgegaan werd tot het ingebruik nemen van lenzen van het type ontworpen door de Fransman Fresnel.

 

Door de groei van het toerisme aan onze kust en het optrekken van paviljoentjes en gebouwen langsheen de zeedijk, kwam ook, rondom deze eerste vuurtoren een paviljoentje tot stand dat bestond uit een leeszaal, een danszaal , een rookzaal, een café - restaurant en enkele salons. De “Cercle du Phare” want dit was de naam van het paviljoentje, werd druk bezocht tot na het openstellen van de eerste kursaal. De bezoekers lieten het afweten zodat het paviljoentje in 1877 werd gesloopt.


De tweede vuurtoren


De vuurtoren zelf was reeds eind december 1860 buiten gebruik gesteld en deed enkel nog dienst als signaalmast en uitkijktoren voor de dienst van het loodswezen. In 1944 deed de bezetter de toren afbreken.

 

 

 De derde vuurtoren

Gezien de eerste vuurtoren geen voldoening schonk en de zeevaart bestendig toenam, mede door de verdere bebouwing van de Zeedijk, werd besloten een nieuwe vuurtoren te bouwen, maar dan op een beter gelegen plaats, namelijk aan de oostzijde van de haven, op de plaats van de huidige toren. De bouw werd aangevangen in 1859 en in 1860 was deze beëindigd.

De grondvesten van de toren bevond zich onder het vlak van de gewon e springtijen te Oostende. De toren zelf was ongeveer 60 meter hoog, terwijl de lichten zich op 57 meter boven de hoogste waterstand bevond. Deze lichten waren samengesteld uit vier wieken, die gevoed werden door een petroleumlamp, en hadden een zichtbaarheid van circa 15 mijl. Onder deze lichtkamer was een kamer aangebracht ten gerieve van de wachters, die meer dan 270 trappen moesten beklimmen om tot daar te geraken. Het licht werd voor de eerste keer ontstoken op 12 januari 1860, bij het ondergaan van de zon en werd verspreid via een lenzenstelsel.

Het werd een enig bouwwerk dat een wenteltrap bevatte met 273 treden tot aan de lichtbron. Naast deze was een kamer voorzien voor de wachters die moesten toezien dat het licht de ganse nacht brandde. Deze toren deed dienst tot tijdens de eerste wereldoorlog en werd vernield door Engels geschut op 7 september 1915 Het waren Engelse schepen die van dichtbij de kust verschillende schoten hadden gelost waarvan een de toren  had geraakt. Daardoor stortte de vuurtoren in elkaar en bleven alleen de arduinen voet en enkele brokstukken ter plaats.

 

 

 De vierde vuurtoren

Na het beëindigen van de eerste wereldoorlog werd de eerste vuurtoren terug in gebruik genomen en dit bleef duren tot in 1920, waarop een houten constructie werd opgetrokken op de plaats genoemd Halve Maan. Het was een houten toren die in dienst bleef tot 1926 met een elektrische installatie voorzien van een draailicht. In 1926 werd de volledige installatie afgebroken.

 

Intussen was men aan de bouw begonnen van een nieuwe stenen vuurtoren op de plaats van de tweede vuurtoren. Deze toren had een hoogte van 65 meter en was voorzien van een wenteltrap met  295 treden. Het licht bestond uit een stelsel van optische panelen ( zes in totaal), die voortbewogen werden door een elektrische motor van 1/4 P.K. De lamp had een sterkte van 4.800 kaars, door versterking opgedreven tot een straal van 500.000 kaars. De slanke toren, in gewapend beton ,werd in witte en rode banden geschilderd waardoor ze gemakkelijker zichtbaar werd. Zij had een granieten voetstuk waarin een kamer was gebouwd die moest dienen om de elektrische toestellen onder te brengen, en er was ook een radiokamer waar het radiobaken was opgesteld.. In de tweede wereldoorlog kreeg de vuurtorenwachter, van de bezettende overheid,  de opdracht de apparaten te vernielen en werd de toren van een camouflage kleurtje voorzien, namelijk geel en groen. Bij hun terugtrekking werd de toren op 3 september 1944 vernield.

 

De vijfde vuurtoren

 

In juli 1945 werd overgegaan tot het oprichten van een ijzeren constructie, 30 meter hoog, niet ver van de plaats waar de vroegere vuurtoren had gestaan. Reeds in mei 1946 werd het licht erop geplaatst dat voor de eerste maal werd ontstoken op 31 mei. Dat licht bevond zich 31 meter boven de zeespiegel en was zichtbaar tot op een afstand van 11 mijl.

Het vertoonde een groep van 3 schitteringen elke 10 seconden. Vanaf juli 1949 werd de lichtbron overgebracht naar de nieuw opgerichte vuurtoren. De bouw van die nieuwe toren, begonnen in mei 1947, was voltooid eind juli 1949. Binnenin was een wenteltrap die doorliep tot op op een gaanderij, waar de toeristen, mits betaling van 0,25 fr , de 324 trappen moesten bestijgen om,op de gaanderij, te genieten van een enig mooi panoramisch zicht op zee, duinen en de stad. De elektronische verlichting van de nood- toren werd later vervangen door een hyper moderne verlichting, die zich bevindt op ongeveer 65 meter  waarvan de stralen zichtbaar zijn tot op een afstand van 21 zeemijl.

In september 1998 werd, in opdracht van het Ministerie van Vlaamse Gemeenschap de aandrijving volledig vernieuwd. Er werd gebruik gemaakt van een totaal nieuwe motorwormwielreductor van Italiaans fabrikaat voorzien van een rotor en een frequentieregelaar. De snelheid van aandrijving was identiek aan de oude situatie en voor fijnregeling werd een nieuwe frequentieregelaar geïnstalleerd. Alvorens het licht ‘s avonds aanschakelt komt de loodzware spiegelunit gedurende enkele minuten op snelheid door middel ban de nieuwe wormwielreductor. Er werd gezorgd dat voordat het licht van 2.000 watt aangaat, het geheel van spiegels de juiste snelheid heeft.

“ Lange Nelle “, want zo wordt de nieuwe toren genoemd, heeft reeds veel diensten bewezen aan de zeevaart en blijft hopelijk nog vele jaren in dienst ten behoeve van onze zeelui.

 

 

 

bron & foto's: Maurice Ferier.