Raad voor Vergunningsbetwistingen schorst de sloopvergunning van de vismijn niet



In april 2014 trokken de vzw’s Oostendse Oosteroever en Dement Oostende naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen met het verzoek de sloopvergunning voor de vismijn van Oostende te  schorsen.  De pleidooien vonden eind juli plaats.  Na maandenlange stilte sprak de Raad recent haar arrest uit.  De Raad gaat niet in op het verzoek om de sloopvergunning te schorsen omdat de vzw’s niet bewijzen ingevolge de sloop een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te zullen lijden. 

 

Ofschoon de Raad in haar arrest erkent dat de sloop een desolate aanblik van de vismijnsite zal creëren en visuele hinder waarschijnlijk is, meent zij dat dit maar tijdelijk zal zijn en er daardoor geen ernstig nadeel zal berokkend worden.  De Raad doet geen oordeel over de grond van de zaak, m.n. de vraag of het stedenbouwkundig verantwoord was om de sloop van de vismijn reeds te vergunnen zonder te weten of er een architecturaal even waardevol nieuwbouwproject in de plaats zou komen.  De vzw’s bestuderen het arrest nu in detail en beraden zich om de procedure ten gronde in te zetten en de vernietiging van de sloopvergunning voor de Raad te vorderen. 

 “Met het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt opnieuw een zwarte bladzijde toegevoegd aan de geschiedenis van onze badstad.” stellen beide vzw’s. “Een erfgoedkundig waardevol en beeldbepalend gebouw in de haven, hét symbool bij uitstek van het Oostendse maritieme karakter, zal met instemming van het Oostendse stadsbestuur door de Zeebrugse visserijbelangen gesloopt worden. Op basis van een schimmig masterplan en vage beloftes zal alweer een beeldbepalend erfgoedpand met hoge locuswaarde verdwijnen.  In het beste geval krijgen we enkel wat industriële loodsen in de plaats.”  Beide vzw’s hekelen het feit dat er tot op vandaag nog altijd geen duidelijkheid bestaat over de precieze invulling en het uitzicht van de vismijnsite.  De Zeebrugse visveiling kreeg van het Oostendse stadsbestuur carte blanche om Oostends erfgoed af te breken zonder dat er enige garanties werden bekomen omtrent een architecturaal kwalitatieve invulling van de vismijnsite.  “Dit is een zoveelste kaakslag in gezicht van de Oostendenaar wiens algemeen belang wordt ondergeschikt aan vage investeringsbeloften uit Zeebrugge.  Aan de afbraak en uitverkoop van onze gemeenschapsgoederen moet een einde komen. Hopelijk dringt ooit in het stadhuis het besef door dat “éénmaal de ziel is verdreven deze met geen geld ter wereld meer te kopen is.”, stellen beide vzw’s.


Namens vzw Oostendse Oosteroever en vzw Dement Oostende