Provinciegouverneur onderzoekt sloopbevel van Oostendse burgemeester - update

 

De West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé start een onderzoek over een bevel tot slopen van de Oostendse burgemeester Jean Vandecasteele. 'Het Vélokot' en de achterliggende hangars van de reinigingsdienst werden zonder sloopvergunning en op bevel van de burgemeester gesloopt. De provinciegouverneur is nu op vraag van de vzw Oostendse Oosteroever aan een onderzoek bezig om na te gaan of dit bevel tot slopen volgens geldende juridische, politieke en morele normen tot stand kwam. Gouverneur Decaluwé heeft het Oostendse stadsbestuur op de hoogte gesteld van het onderzoek. De gouverneur vroeg het volledige dossier op, en verzocht het stadsbestuur de nodige uitleg te geven. De vzw Oostendse Oosteroever heeft het volste vertrouwen in de gouverneur en wacht het resultaat van het onderzoek af.

 Wat voorafging:


-> Het gebouw, bij de Oostendse jeugd beter gekend als “Het Vélokot” wordt begin september 2012  gesloopt. De grondoppervlakte strekt zich uit vanaf de Hendrik Baelskaai, langs de Liefkemoresstraat tot aan de Victorialaan. (zie ook: Burgemeester Oostende misbruikt ambt ter wille van bouwheren)

-> De vzw Oostendse Oosteroever stelt vast dat deze afbraakwerken gebeuren zonder de nodige sloopvergunningen. Als de dienst stedenbouw dit begint na te kijken komt de aap uit de mouw: burgemeester Jean Vandecasteele blijkt een sloopbevel te hebben uitgeschreven.

-> Een bevel tot slopen is een maatregel waarbij de burgemeester, in uitzonderlijke gevallen,  (vb instortgevaar) de mogelijkheid heeft tot actie over te gaan indien een gebouw een direct gevaar betekent voor de bevolking en zijn omgeving.

-> Na de persaandacht en slechts op vraag van gemeenteraadslid Wouter De Vriendt (Groen) komt het stadsbestuur opzetten met een uittreksel uit het register van de besluiten van de burgemeester. Daaruit moet blijken dat burgemeester Vandecasteele op 9 januari 2012 de sloop van het betreffende pand heeft bevolen.

-> Het heeft er alle schijn van dat het bevel tot slopen volledig in scène  werd gezet.

-> Men vraagt de hoofdcommissaris een brief op te maken. De hoofdcommissaris schrijft de burgemeester op 7 november 2011 dat er in het gebouw regelmatig illegale fuiven plaatsvinden. (Navraag bij omwonenden wijst echter uit dat niemand zich een illegale fuif kan herinneren).

-> Men vraagt de Dienst Wonen te vermelden dat het pand gebruikt wordt als slaapplaats. (Het klopt inderdaad dat er een tijdlang een dakloze heeft gelogeerd. Er werd in het gebouw wellicht ook graffiti gespoten. Er zijn in Oostende veel leegstaande panden met dezelfde symptomen. Maar voor geen enkel van deze panden werd ooit een sloopbevel uitgeschreven).

-> Ondertussen lekken de plannen uit dat het AGHO op deze gronden een kantoorgebouw van 12 verdiepingen wil gaan bouwen. Op het gelijkvloers komt het onthaal. Op verdieping 1 en 2 wil de haven het VLIZ huisvesten en op verdieping 3 en 4 de IODE afdeling van de UNESCO. (Voor beiden werden nochtans miljoenen euro' s gemeenschapsgeld geïnvesteerd in de vernieuwde pakhuizen). Daarboven komen 3 verdiepingen waar het AGHO een hotel met 50 kamers wil gaan uitbaten. Op de volgende 3 verdiepingen gaat het AGHO residentiële luxe-appartementen verhuren en verkopen. En op de bovenste verdieping wordt een restaurant ingepland. Het havenbestuur wil dit gebouw optrekken met gemeenschapsgeld (16 miljoen euro) en gaat vervolgens zowaar de concurrentie aan met de Oostendse particuliere hoteluitbaters(!).

-> De opdrachtgever van de sloop, de eigenaar van het pand en de toekomstige bouwheer is in deze telkens het Oostendse stadsbestuur. Al dan niet in de hoedanigheid van een autonoom gemeentebedrijf.
 
-> Om één of meerdere redenen lijkt het stadsbestuur te willen verzaken aan de normale wettelijke procedures die een bouwvergunning en sloopvergunning met zich meebrengen. Via het uitvaardigen van het sloopbevel verzaakt men nu aan een grondig bodemonderzoek, inrichtingsstudie enz. Een sloopvergunning kan na dit burgemeestersbevel zelfs retroactief geregulariseerd worden samen met een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning. Op deze wijze sloopt men eerst, en als alle bewijslast en/of punten ter verdediging verdwenen zijn gaat men doodleuk een sloopvergunning aanvragen.

-> De vzw Oostendse Oosteroever verbaast zich over de doortrapte methodes waarmee het Oostendse stadsbestuur in dit dossier tewerk gaat, en vraagt de West-Vlaamse provinciegouverneur om na te gaan of deze werkwijze politiek, moreel, en juridisch verantwoord kan worden.


Op 22 oktober 2012 sturen wij onze klacht naar de gouverneur.

 

Geachte Heer Gouverneur,
Geachte Heer Decaluwé,




De vzw Oostendse Oosteroever wenst via deze e-mail een formele klacht te formuleren ten aanzien van de Oostendse burgemeester, Jean Vandecasteele. Wij vermoeden dat burgemeester Vandecasteele de juridische macht die bij zijn bevoegdheid hoort, misbruikt.

Tot 2 weken terug waren afbraakwerken aan de gang in de voormalige gebouwen van de reinigingsdienst op de Oosteroever van Oostende. Het gebouw, bij de Oostendse jeugd beter gekend als “Het Vélokot” strekt zich uit vanaf de Hendrik Baelskaai, langs de Liefkensmoresstraat tot aan de Victorialaan.


Merkwaardig gebeuren deze afbraakwerken zonder de minste sloop-en stedenbouwkundige vergunningen en werd dit, bij navraag,  ook zo bevestigd door de dienst stedenbouw van Stad Oostende.  Na enkele telefoontjes kreeg de vzw Oostendse Oosteroever te horen dat de sloop kon aangevat worden 'op bevel van de burgemeester'.  Een maatregel waarbij de burgemeester , in uitzonderlijke gevallen,  (vb instortgevaar) de mogelijkheid heeft tot actie over te gaan indien een gebouw een direct gevaar betekend voor de bevolking en zijn omgeving. 
Een bevel tot slopen omwille van brandgevaar, het feit dat het betreffend pand constant gekraakt wordt, het gebouw in slechte staat zou zijn,  dat er illegale fuiven gegeven worden klopt niet met de realiteit. Het klopt wel dat er af en toe 1 vluchteling gesitueerd werd in het woongedeelte aan de  voorzijde, kant H. Baelskaai. Dat het gebouw een verwaarloosde indruk gaf klopt, maar hierbij dient opgemerkt te worden dat de verloedering nota bene door het beleid zelf in de hand is gewerkt.

De loods, terhoogte van de Victorialaan werd vorig jaar nog gebruikt door Theater aan Zee. Toen genoten ongeveer 1000 cultuurliefhebbers van de theatervoorstellingen in deze loods. De staat van het pand was identiek aan de staat waarin het zich tot voor 2 weken betrof. Geen brandgevaar of instortingsgevaar of ander onheilspellende dreigingen. Anders hadden de stadsdiensten, de brandweer enz. het pand natuurlijk nooit geschikt verklaard.

Alle redenen voor dit bevel lijken eerder te wijzen op een omzeiling van de normale, wettelijk te volgen procedures. Voor het verkrijgen van een sloopvergunning dient een grondig onderzoek en omgevingsstudie te gebeuren. Dit is nu niet het geval. Tevens dienen vragen gesteld wat er zal gebeuren met de zware grondverontreiniging die gebeurde in 1976.  Uit het aanpalende pand (destijds brandstofhandel) lekte toen zo’n 100000 liter zware stookolie in de ondergrond.  De sanering ervan laat nog altijd op zich wachten.
"Dankzij" dit bevel tot sloop, verzaakt men nu aan een grondig bodemonderzoek. Een sloopvergunning kan na dit burgemeestersbevel zelfs retro-actief geregulariseerd worden samen met een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Op deze wijze sloopt men eerst, en als alle bewijslast en/of punten ter verdediging verdwenen zijn gaat men doodleuk een sloopvergunning aanvragen.

De vzw Oostendse Oosteroever betreurt dan ook ten zeerste de handelswijze van de burgervader Jean Vandecasteele en het beleid in Oostende.

Aangezien de opzichtige link tussen de betrokken partijen voor dit project, de stad Oostende en het autonoom gemeentebedrijf Haven Oostende, werd op z’n minst toch wel gerekend op een transparante en correcte afhandeling van de wettelijke procedures. Het is dus ons vermoeden dat burgemeester Jean Vandecasteele in deze zijn ambt misbruikt om de vrienden bouwheren van het AGHO ter wille te zijn.

Na ons protest in de pers komt opeens een document (in bijlage) boven water waarin de burgemeester de sloop beveelt, ..oa. na een telefonisch akkoord van Paul Gerard. Artikel 3 vermeldt dat het document doorgestuurd wordt aan de leden van de gemeenteraad. Dit is niet gebeurd. Ons aanvoelen is dat dit bevel tot slopen misschien wel eens een ge-antidateerd zou kunnen zijn.

Wij vragen u hierbij vriendelijk of het mogelijk is om deze handelswijze op zijn politieke en morele correctheid te onderzoeken.
Waarvoor dank.


Met beleefde groeten,

vzw Oostendse Oosteroever
H. Baelskaai 40
8400 Oostende

 

 

 

Op 6 december 2012 ontvangen wij een brief van de gouverneur.


Betreft: Klacht tegen sloopbevel van de burgemeester

Geachte ,

Per mail diende u bij mijn ambt bezwaar in tegen de handelwijze van de burgemeester en zijn sloopbevel van 09/01/12. Daarbij stelt u dat het bevel tot slopen omwille van brandgevaar, kraken, de slechte staat van het gebouw en illegale fuiven niet strookt met de realiteit. U nuanceert dat het gebouw wel een verwaarloosde indruk geeft, maar er slechts af en toe 1 vluchteling gesitueerd werd.

U betwijfelt dan ook dat het gebouw een direct gevaar betekent voor de bevolking. De burgemeester nam volgens u dan ook deze maatregel om andere procedures, zoals een sloop -en stedenbouwkundige vergunning, te omzeilen. U stelt ook dat zodoende verzaakt wordt aan een bodemonderzoek.

Ik heb het college van burgemeester en schepenen om commentaar en het volledige dossier gevraagd. Het college deelde mee dat de scheepvaartpolitie in en rond de betrokken site, tussen 2010 en 2012, 73 interventies uitvoerde voor allerhande feiten van overlast en criminaliteit en de lokale politie 64 interventies uitvoerde voor dergelijke feiten in de periode 2007-2012. Telkens werd hiervan PV opgesteld.

Op 07/11/12 verstuurde de korpschef van de lokale politie een brief naar de burgemeester met de melding dat er illegale fuiven georganiseerd worden in de hangaars aan de kant Liefkemorestraat en hij wees erop dat de gebouwen brandgevaarlijk zijn. Het dossier werd doorgegeven aan de dienst Wonen.


Op 05/12/12 zijn vervolgens de bestuurssecretaris en de architect-assistent van de dienst Wonen langsgegaan. Per Brief van 14/12/12 maakte de dienst Wonen hun bevindingen en deze van de scheepvaartpolitie over aan de burgemeester. Hierin werd meegedeeld dat leegstaande panden als slaapplaats voor daklozen worden gebruikt, evenals voor illegale fuiven en dat er een risico voor brand bestaat.

In de motivering van het besluit van de burgemeester van 09/01/12 wordt onder meer de brief van 07/11/12 van de korpschef, het plaatsbezoek en de bevindingen van de dienst Wonen en het mogelijk gevaar voor de openbare veiligheid vermeld. Er staat ook duidelijk in opgenomen dat het besluit genomen wordt op grond van de artikelen 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet.

Een burgemeester kan maatregelen nemen op basis van art. 135 van de Nieuwe Gemeentewet wanneer er een acuut gevaar dreigt voor de openbare veiligheid en/of gezondheid. Het begrip 'openbaar' verwijst net zo goed naar de aanwezigen in bepaalde panden, als naar de omwonenden en eventuele toevallige voorbijgangers.

Het acuut gevaar en met andere woorden het besluit dat op basis ervan genomen wordt, stoelt niet noodzakelijk op een omstandig of een technisch verslag. Wel moeten de acute risico's afdoende aangetoond worden in een verslag dat opgesteld wordt door een deskundige (bvb. een dokter stelt gezondheidsrisico's vast of de brandweer die de brandonveiligheid constateert). Met betrekking tot die bepalingen verduidelijkte het Hof van cassatie dat de door de gemeente uit te vaardigen maatregelen betrekking kunnen hebben op alle oorzaken die van aard zijn dat zij de openbare gezondheid in gevaar kunnen brengen en rampen tot gevolg kunnen hebben.

De brieven van de korpschef en de dienst Wonen, waarin vermeld wordt dat er sprake is van brandgevaar,zijn dan ook reeds een voldoende grond voorde burgemeester om de gegeven situatie te interpreteren als een acuut gevaar. Omwille van de gevaarlijke situatie, kan een brand kan immers ieder moment ontstaan en in casu kan dit uitmonden in een ramp voor toevallige aanwezigen en passanten.

De vermelde talrijke interventies van de politie wijzen er ook op dat het geenszins om sporadische voorvallen van overlast en veiligheidsproblemen gaat. De burgemeester ontving voldoende adviezen en neergeschreven stukken die wijzen op acute en onmiddellijke gevaren voor de openbare veiligheid.

Het besluit van de burgemeester dd. 09/01/12 werd dus rechtmatig genomen op grond van de artikelen 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet. Ik zie dus geen reden om de uitvoering van het betwiste besluit te schorsen.

Overeenkomstig art. 259 van het gemeentedecreet wil ik u tenslotte uw aandacht vestigen op het volgende. Tegen een beslissing van de gemeenteoverheid kunt u, zo aan de geldende regels van ontvankelijkheid kan worden voldaan, nog beroep tot vernietiging (en eventueel schorsing) instellen bij de Raad van State. Ik verwijs in dit geval naar de betreffende regelgeving (De bij koninklijk besluit van 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State en het regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak).


Hoogachtend,

Carl Decaluwé
Gouverneur

 

 

 

 

Op 19 december 2012 sturen wij een tweede mail naar de gouverneur.

 

Geachte Heer Gouverneur,


Heel erg bedankt voor het onderzoek dat u verrichtte.
Wij blijven toch nog met enkele vragen zitten.
Zo lijkt het ons vreemd dat de brief van de korpschef pas op 7/11/12 verstuurd werd.
Het bezoek van de dienst wonen vond plaats op 5/12/12, maar toen lag het gebouw al tegen de vlakte.
Het lijkt ons nogal ongeloofwaardig dat er 137 interventies zijn geweest waarvan een PV werd opgesteld in de vermelde periode.
Dit zou wijzen op ongeveer 1 serieus incident per week. Geen enkele van de omwonenden heeft echter in diezelfde periode iets gemerkt van overlast of gevaar.

Mogen wij u aub verzoeken om de inhoud van die 137 PV's na te trekken, naar alle waarschijnlijkheid vindt u daar de sleutel.

Men heeft dit gebouw snel willen slopen, sneller dan volgens de reguliere werkwijze, opdat men subsidies zou kunnen opstrijken.
Het aspect overlast, onveiligheid en brandgevaar zijn voorwendselen die 'mooi klinken' in dit opgezette scenario, maar die stroken niet met de werkelijkheid.
Volgens dezelfde redenering zou de burgemeester elk huis in Oostende preventief moeten slopen, want in elke woning is er elektriciteit aanwezig en dit kan wel eens tot een kortsluiting leiden en brand, met rampzalige gevolgen enz. (zie voorbeeld in uw brief).
Het desbetreffende pand was in casu veiliger dan de overige Oostendse gebouwen, want daar was géén elektriciteit meer aanwezig..

Nogmaals dank voor het verder onderzoeken in deze zaak.

Hoogachtend,

Oostendse Oosteroever vzw

 

 


Op 9 januari 2013 ontvangen wij opnieuw een antwoord van de gouverneur.

 

Geachte,

Betreft: Klacht tegen sloopbevel van de burgemeester

Per mail uitte u enkele bijkomende vragen naar aanleiding van mijn antwoord op uw klacht.
Het commentaar van het college van burgemeester en schepenen is een officieel antwoord, conform de bepalingen in het Gemeentedecreet, dat ik voor waar aanneem. Indien u meent dat daarin verkeerde informatie staat beticht u het college in feite van schriftvervalsing. U kan dit desgewenst aanklagen bij de gerechtelijke instanties die dan naar eigen oordeel een onderzoek kunnen uitvoeren.
Verder wil ik erop wijzen dat het aan mijn ambt niet toekomt om te oordelen over de opportuniteit van beleidskeuzes. In het kader van bestuurlijk toezicht ga ik na of een beslissing van een lokale overheid, in casu van de burgemeester, geen wettelijke bepaling of het algemeen belang schendt. Het behoort tot de autonomie van de burgemeester om te oordelen of een maatregel op grond van art. 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet zich opdringt. Zoals ik meedeelde kon ik vaststellen dat de burgemeester alvast over voldoende elementen beschikte om zijn oordeel te kunnen nemen en dat deze elementen werden opgenomen in de motivering van het besluit. Het besluit is derhalve rechtmatig genomen.

Wat mijn ambt betreft beschouw ik deze klacht dus definitief als afgehandeld.  Het staat u vrij zich nog tot de Raad van State te wenden indien u meent dat het besluit toch onrechtmatig werd genomen of tot de bevoegde gerechtelijke instanties indien u meent dat het college mij bewust foutieve informatie bezorgde.

Hoogachtend,

Carl Decaluwé
Gouverneur

 

 

De vzw Oostendse Oosteroever komt tot het volgend besluit:

 

De gouverneur gaat er blijkbaar steeds van uit dat hij geen reden tot twijfelen heeft als een burgemeester een besluit neemt. De gouverneur haalt aan dat de burgemeester over voldoende elementen beschikte om zijn besluit te rechtvaardigen. Maar de gouverneur wil of kan in deze onvoldoend of niet onderzoeken of de aangeleverde elementen wel correct zijn. De gouverneur geeft aan dat hij niet bij machte is om de masquerade over dit dossier op te tillen. De gouverneur stelt dat we ons desgevallend tot de Raad van State moeten wenden.

Geen probleem, dan gaan we dus naar de Raad van State. Het ziet er naar uit dat we er binnenkort regelmatig te zien zullen zijn..